robertskruid

robertskruid-3
rpbertskruid-2
close-up-bloem

 

Robertskruid (Geranium robertanium).

Jawel, dit plantje dat vaak bestempeld wordt als onkruid is een lid van de geraniumfamilie ofwel de ooievaarsbekfamilie. Er zijn verschillende volksnamen voor de plant bekend. in Groningen wordt het rood remke genoemd, op Walcheren stinkerds, op Zuid-Beveland donderbloempje, in Zeeuwsch-Vlaanderen boksdoorn (boks- naar de geur) en in Zuid-Limburg speldenkruid.

Geránium = van het griekse geranios: kraanvogel, omdat de vrucht eenigszins lijkt op de snavel van een kraanvogel.

robertiánum = Robert’s, gewijd aan de heiligen Ruprecht, wegens haar nog niet vergeten genezende kracht.

 

Allereerst, wat is onkruid. Onkruid is een op een bepaalde plaats ongewenste plant, dus iedere plantensoort kan een onkruid zijn. Zo worden bijvoorbeeld madeliefjes die een grasveld opfleuren tot onkruid gerekend. Wat onkruid is is dus afhankelijk van de situatie, maar ook van de heersende opvatting over wat gewenst of ongewenst is.

Ik zet in ieder geval nooit de aanval op de plant in en zo kan ik toch ieder jaar genieten van dit plantje. In een tuin met veel andere planten duikt het links en rechts op en is het een leuke aanvulling. Het heeft prachtig rode stengels, mooi fijn blad en mooie kleine roze bloempjes en met een beetje gelukt bloeit het van mei tot november.

De naam robertskruid zou of afgeleid zijn van de kleur rood of van Robert de Molesme die in de elfde eeuw dit kruid als geneesmiddel aanbeval. Alle delen van de plant worden gebruikt als bloedstelpend en desinfecterend middel. In de kruidengeneeskunde wordt een aftreksel gebruikt tegen nier- en blaasklachten. Het kauwen op verse bladeren zou behulpzaam zijn bij genezing van keelontsteking. Vers geplukte en fijngewreven bladeren hebben een speciale geur. Wanneer deze op het lichaam gesmeerd worden, zou ze muggen afstoten.

De plant is goed als geranium te herkennen aan zijn geur die door de klierachtige beharing wordt afgescheiden. Daardoor willen slakken en andere dieren er niet aan.

Ik kwam een schitterend stukje tegen over de zelfbestuiving op waarnemingen.nl

Omtrent den bouw der bloem in verband met de bestuiving hebben de nieuwste onderzoekingen geleerd, dat bij het opengaan der bloemen de meeldraden zich eerst met de kroonbladen naar buiten bewegen, doch niet medegaan tot deze hunne uiterste standen bereikt hebben. Dan springt een der helmknopjes open en nu beweegt zich die meeldraad naar binnen en legt zich tegen den stamper. De andere buitenste meeldraden doen achtereenvolgens hetzelfde en in dien tusschentijd buigen zich de binnenste meeldraden nog verder naar buiten en doen dan ook hetzelfde tot alle tegen de stijlen liggen. Dit alles is binnen een uur, nadat de bloem ’s morgens tegen 8 uur is opengegaan, geschied.

 

Toen de bloemen opengingen, stonden de stijlen rechtop, alleen de bovenste deelen met de stempelvlakten vormen reeds een sterretje en die stempels zijn al geschikt om stuifmeel op te nemen, hetgeen zij dan ook van de er tegenaan gedrukte meeldraden ontvangen. De stijltoppen krommen zich nu sterker en steken al tusschen 12 en 1 uur sterk boven de helmknoppen uit, die trouwens nu ook geen stuifmeel meer hebben. Tegen 2 uur bewegen de kelkbladen zich meer naar buiten en de kroonbladen vallen nu al spoedig af, daarna bewegen de kelkbladen naar binnen en leggen zich tegen de stampers.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *